Durf te kiezen (juist als het over jezelf gaat)

Als je een autobiografie of autobiografische roman schrijft, kom je al snel op een punt waar je moet kiezen. Wat vertel je wel? Wat niet? Wat vat je samen en wat laat je gewoon weg. Je kunt niet alles kwijt en dat moet ook niet.

Een autobiografie is geen opsomming van alles wat je hebt meegemaakt. Het is een verhaal. En dat verhaal moet ergens over gaan. Kies een rode draad. Wat wil je vertellen? Waar zit de ontwikkeling? Wat wil je dat de lezer voelt of snapt?

Alles wat daar niet aan bijdraagt, mag eruit. Hoe interessant, grappig of emotioneel het ook was.

Niet elk moment verdient een uitgeschreven hoofdstuk. Zoom in op de momenten die het verschil maakten, waar het kantelde, waar het pijn deed, waar je een keuze maakte. Daar vertraag je of anders gezegd, je blijft in de scène. De rest is ter ondersteuning van die momenten. Daar versnel je of je schrapt wat er niet toe doet.

Even tussendoor, weet je het verschil tussen een autobiografie en een autobiografische roman? Bij de eerste ben je zo eerlijk en feitelijk mogelijk. Bij de tweede is het verhaal gebaseerd op jouw leven, maar met ruimte voor fictie.

Veel schrijvers willen alles vertellen. Omdat het allemaal waar is. En omdat het belangrijk voelde. Maar je bent niet met een verslaglegging bezig. Het is een verhaal vormgeven. En daarvoor moet je durven weglaten. Wat er niet toe doet, moet eruit.

Je schrijft niet om alles te bewaren. Je schrijft om iets over te brengen. Daar begint het echte vertellen.

Lees meer